type="text/javascript">

  

Een Boogaard-orgel voor de 
Gereformeerde Gemeente te Scherpenzeel 

Click here to edit subtitle

Geschiedenis


Voorgeschiedenis

In 1923 kreeg onze gemeente haar eerste orgel, afkomstig uit het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente te Veenendaal. Op 31 januari 1948 werd een elektro-pneumatisch orgel in gebruik genomen. Daarmee verdween de functie van orgeltrapper.

 

De huidige kerk werd op 6 februari 1977 geopend. Er werd een ander orgel opgekocht, dat ‘ergens’  op een zolder lag opgeslagen. Het orgel bleek in veel slechter staat dan gedacht. Met veel niet-orgelmatige onderdelen wist de orgelbouwer destijds het orgel toch spelend te krijgen. Zo waren de abstracten van gewoon ijzerdraad en het windkanaal van PVC pijp. Er werd een nieuw tongwerk geplaatst, een Regaal 8’ (alleen discant). Dit register klonk echter erg ‘eng’ en was altijd ontstemt. De kas werd gemaakt door gemeenteleden. Op 14 februari 1979 werd het orgel in gebruik genomen.

 

Omdat het orgel uit 1979 niet voldeed, werd in 1983 een nieuw orgel geplaatst, gebouwd door de firma A. Nijsse en Zn. te Wolphaartsdijk. Genoemde Regaal 8’ werd aangepast naar een Dulciaan 8’, en uitgebreid met een bas-kant. Het tongwerk bleef echter gevoelig en was vaak ontstemd.

 

Tijdens de kerkuitbreiding in 1988/1989 is het orgel verplaatst. Van juli 1991 tot februari 1993 is het instrument door Dhr. I. Boogaard, die toen net voor zichzelf was begonnen,  uitgebreid en verbeterd. Het orgel had toen 16 stemmen, verdeeld over Hoofdwerk, Rugwerk en een vrij pedaal. Door de groei van de gemeente en de ongunstige vorm / klank van het kerkgebouw, was het orgel niet toereikend.

 

Een orgel voor het nieuwe kerkgebouw

In september 2005 kwam de orgelcommissie voor het eerst bijeen om na te denken over een orgel in het nieuw te bouwen kerkgebouw. In het beginstadium was al duidelijk dat het huidige orgel, met 16 registers en op 8-voets basis, niet zou voldoen in de nieuwe kerk. Uitbreiding van het orgel werd afgeraden door de orgelbouwer. Daarbij komt dat het uitgangspunt bij de ‘opdracht’ aan de orgelcommissie was, dat het orgel voldoende draagkrachtig moet worden, ook bij eventuele uitbreiding van het kerkgebouw met een galerij.

 

Een van de eerste activiteiten van de orgelcommissie was het zoeken van een adviseur, die het gehele traject kon begeleiden. Begin 2006 heeft de kerkenraad Herman van Vliet uit Amersfoort als adviseur benoemd.

 

Vervolgens werden de mogelijkheden onderzocht voor:

  1. Aankoop van een bestaand orgel
  2. Bouw van een nieuw orgel
  3. De toekomst van het huidige orgel.

In dit stadium zijn ook de voor- en nadelen van een elektronisch orgel onderzocht.

 

Uitgangspunten

Tijdens dit traject zijn er een aantal uitgangspunten voor het orgel in de nieuwe kerk vastgesteld.

 

Doel van het orgel

Het primaire doel van het kerkorgel is het begeleiden van de samenzang tijdens de eredienst, met daarbij de koraalomspelingen en het orgelspel voor en na de dienst. Daarnaast wordt het orgel gebruikt voor het begeleiden van de koren tijdens gemeenteavonden.

 

Kerkgebouw

  1. Het kerkgebouw bevat in de eerste instantie ca. 1550 zitplaatsen
  2. In de toekomst kan een galerij worden aangebracht van ca. 500 zitplaatsen, het orgel zal deze groei moeten ondersteunen
  3. De plaats van het orgel is boven de kansel
  4. Het kerkgebouw zal een voor de samenzang redelijke akoestiek hebben

 

Gewenste klank

Op basis van het primaire doel (begeleiding van de samenzang) en de voorkeur van de gemiddelde kerkganger, organist en orgelcommissielid, heeft de orgelcommissie de gewenste orgelklank als volgt gedefinieerd:

  1. Het orgel moet een dragende, volle en warme klank hebben (in tegenstelling tot de scherpere klank die in de jaren ’50 tot ’70 werd gerealiseerd)
  2. In de klank moeten voornaamheid, helderheid en poëzie goed met elkaar in balans zijn
  3. De stijlperiode waarop de gewenste klank is georiënteerd is die van de 19e eeuw, en meer specifiek de stijl van de orgelmakers Bätz en Witte

 

Muziekstijl

Naast de orgelklank is ook de muziekstijl die op het orgel wordt uitgevoerd van groot belang. Aangezien de stijlvoorkeur voor zowel de gemiddelde kerkganger als de gemiddelde (huidige) organist overwegend romantisch van aard is, zal het kerkorgel hierop moeten worden ingericht. Daarnaast is het wenselijk om een meer barokke speelstijl niet uit te sluiten, omdat deze voor de gemeentezangbegeleiding ook goed geschikt is.

 

Indeling en omvang

Voor het begeleiden van 1500 tot 2000 zangers is het orgel op 16-voets basis noodzakelijk. De opbouw van de dispositie zal hierop moeten worden gebaseerd. Dit betekent onder andere een Prestant 16 op het hoofdwerk en een Bazuin 16 op het pedaal. De draagkracht is onmisbaar voor het adequaat begeleiden van de samenzang.

 

Om bij een toekomstige galerij voldoende klankuitstraling onder de galerij te behouden, is een Rugwerk zeer wenselijk, omdat deze laag op het orgelbalkon wordt geplaatst en de totaalklank extra helderheid geeft.

 

Daarnaast is een Bovenwerk zeer gewenst, omdat deze bij uitstek de mogelijkheden biedt om een kleurrijke en romantische klank voort te brengen. Het Bovenwerk is het begeleidingsmanuaal van het Hoofdwerk en heeft de functie van het kleurenpalet in de klank, en is daarmee zeer bepalend voor het klankbeeld bij het spelen van romantisch-georiënteerde muziek.

 

Oriëntatie

Om zich te oriënteren op de orgelbouwwereld, heeft de orgelcommissie in enkele ‘orgeltochten’ een aantal orgels bezocht, beluisterd en bespeeld, van een aantal hedendaagse orgelbouwers. Aan het einde van deze oriëntatie periode bleek het Boogaard-orgel van de Gereformeerde Gemeente te Geldermalsen het meest aan te sluiten op de gewenste orgelklank. Vanaf dat moment is dit orgel als ‘referentie’ aangehouden.

 

Aankoop bestaand orgel?

Gedurende enige jaren is de orgelmarkt nauwlettend in de gaten gehouden. Hoewel er vele kerkgebouwen worden gesloten, blijken er zelden orgels vrij te komen met een 16-voets basis en van voldoende omvang om 1500 tot 2000 zangers te kunnen begeleiden. En de aanschaf van een kleiner orgel brengt hoge

kosten met zich mee om het uit te breiden naar de benodigde omvang. Na verloop van tijd bleek dit geen reële optie te zijn.

 

Bouw volledig nieuw orgel?

De kosten van een nieuw orgel zijn hoog. Gezien de financiële draagkracht van onze gemeente is het niet mogelijk en gewenst om een dergelijk orgel volledig nieuw te bouwen. Gedurende het traject bleken er echter goede mogelijkheden te zijn voor een tussenvariant: bouw van een nieuw orgel met gebruik van bestaande materialen. Op dit spoor is de orgelcommissie uiteindelijk verder gegaan.

 

Ontwerp

Na een offerte traject bleek Orgelmakerij Boogaard uit Rijssen de beste mogelijkheden te bieden voor het bouwen van een nieuw orgel met gebruik van bestaande materialen. Samen met de orgelbouwer is een ontwerp gemaakt van het nieuwe orgel. Voor de dispositie heeft het Boogaard-orgel te Geldermalsen model gestaan, echter binnen de kaders van hetgeen aan bestaand pijpwerk beschikbaar was.

 

Besloten is om een groot deel van het pijpwerk van het huidige orgel opnieuw te gebruiken. Daarnaast is bestaand pijpwerk opgenomen uit diverse andere orgels. In totaal zijn 8 registers geheel nieuw vervaardigd, de overige registers worden hergebruikt. Het inpassen van deze bestaande registers in het nieuwe concept is bij Orgelmakerij Boogaard in goede handen, zoals ook bleek uit referentiebezoeken.

 

Voor wat betreft het ontwerp van de orgelkas, is gestreefd naar enerzijds een klassieke uitstraling (welke overeenkomt met de klassieke klank) en anderzijds een eigentijds ontwerp welke past bij het nieuwe kerkgebouw. Het resultaat is elders op deze website te zien.

 

In het concept is, naast bestaand pijpwerk, ook gebruik gemaakt van andere bestaande onderdelen. Noemenswaardig zijn de windlade van het Bovenwerk, afkomstig uit het Witte-orgel in de Zuiderkerk te Rijssen (vervaardigd in 1863!). Daarnaast worden ook enkele bestaande balgen ingezet.

 

Opdracht

Na jarenlange voorbereidingen, waarbij de voortgang afgestemd diende te worden op de ontwikkelingen rondom de kerkbouw, heeft de kerkenraad in december 2010 de opdracht verstrekt aan Orgelmakerij Boogaard. Vanaf begin 2011 tot eind 2012 heeft Orgelmakerij Boogaard het orgel gebouwd in de werkplaats.